De eerste drie maanden als raadslid zijn voorbijgevlogen. Het is en blijft een onwijze eer om, met veel dank aan 468 stemmers, onze inwoners als jongste raadslid te mogen vertegenwoordigen.

Het is best even wennen, het laveren in de politiek, voor iemand die liever recht door zee gaat en een beetje van aanpakken houdt. Maar je kunt het niet alleen. Na vele raads- en commissievergaderingen, partijoverleggen, werkbezoekjes en gesprekken met inwoners en organisaties begin ik er lekker in te komen. Wat mij de afgelopen maanden vooral is opgevallen… Met meer creativiteit, wilskracht, en de bereidheid om binnen de regels naar oplossingen te zoeken, is er lokaal echt een hele hoop mogelijk om een verschil te maken. Maar dan moet de gemeente wel willen en soms ook een stevige positie durven innemen richting andere bestuursorganen, zoals de provincie. Daar moeten we de komende jaren mee aan de gang.
Dat zie je terug in de onderwerpen waar ik mij de afgelopen maanden voor heb ingezet. Zo heb ik flink gewerkt aan het op gang brengen van een maatwerktraject voor woningbouw in Egmond aan den Hoef Noord/Oost (waarbij ook Egmond-Binnen Zuid en Groetincke worden meegenomen), waar ontwikkelingen al vijftien (!) jaar stil liggen. Ook hebben we aangedrongen op actiever grondbeleid om betaalbare woningen mogelijk te maken en stelden wij dat kansrijke locaties niet onnodig moeten wachten totdat de volledige inventarisatie van de gemeente is afgerond.
Daarnaast vinden wij dat de gemeenteraad eerder aan zet moet zijn en meer regie moet nemen, onder andere bij ruimtelijke ontwikkelingen. Niet pas wanneer plannen grotendeels zijn uitgewerkt (door ambtenaren en in samenwerking met andere partijen), maar vanaf het begin. Daarom hebben wij voorgesteld dat de raad eerst een gezamenlijke inzet bepaalt, zodat de wensen van onze inwoners vanaf de start leidend zijn.
En, wat ik zelf ook erg leuk vind, is dat ik zelfs al een aantal vergaderingen van de Algemene Raadscommissie en de Raadsinformatieavond heb voorgezeten. Het is mooi om een vergadering op eigen wijze in goede banen te leiden en iedereen evenveel ruimte te geven, ongeacht hun politieke kleur.
Na een mooi zomerreces, waarin ik heb genoten van het Zomerfestival in Egmond, de Zwarte Cross en een weekje Friesland met mijn ouders, kijk ik weer vooruit. Een greep uit de onderwerpen waar ik mij de komende tijd verder voor ga inzetten.
De woningmarkt blijft daarbij een grote prioriteit. Ik wil duidelijkheid over hoe en in welke mate statushouders voorrang krijgen op een sociale huurwoning ten opzichte van (jonge) lokale woningzoekenden. Er zijn cijfers bekend over de verdeling van het beperkte aantal vrijgekomen woningen, maar het is niet altijd duidelijk hoe deze verdeling tot stand komt, hoe de toewijzing precies werkt en welke afwegingen daarbij worden gemaakt. Daarom heb ik daar in aanloop naar de nieuwe huisvestingsverordening vragen over voorbereid. Wat mij betreft verdienen lokale woningzoekenden die soms al jarenlang wachten een sterkere positie op de woningmarkt. Daarnaast wil ik dat (kleinere) woningbouwplannen, woningsplitsingen en vergunningen sneller worden afgehandeld. De gemeente moet goede initiatieven zo veel mogelijk faciliteren, in plaats van ze onnodig te vertragen.
Diezelfde praktische insteek geldt wat mij betreft ook voor andere onderwerpen. Zo kijk ik uit naar de dialoogtafel over asielopvang die door de gemeenteraad wordt georganiseerd, waaraan ook dorps- & wijkverenigingen deelnemen. Juist bij zo’n onderwerp is het belangrijk dat we beschikken over de juiste feiten, goed luisteren naar de zorgen die leven in onze dorpen en vervolgens maatregelen nemen die recht doen aan de veiligheid, draagkracht en het draagvlak binnen onze gemeenschappen.
Ook wil ik mij verdiepen in de regels waarmee onze agrarische ondernemers te maken hebben en die eventueel kunnen gaan voortvloeien uit nieuwe omgevingsprogramma’s en -visies van de gemeente. Daarbij vind ik het belangrijk dat er voldoende ruimte en verdienvermogen blijft om te kunnen boeren. Agrarische ondernemers zijn van grote waarde: ze dragen bij aan het landschap, het karakter en de lokale economie van onze streek. Belangrijke keuzes moet de gemeente samen met de boer maken, en niet alleen over de boer.
Ondertussen doe ik mijn best om jongeren meer te betrekken bij het gemeentebeleid, bijvoorbeeld door middel van het Jongerencafé, dat ik samen met anderen organiseer. Maar misschien wel het belangrijkste is dat ik blijf luisteren naar wat er leeft. Op straat, bij verenigingen, tijdens evenementen en gewoon in de kroeg. En op basis van die signalen plannen maken en aan de slag gaan. Zo vroeg ik eerder al aandacht voor het behoud van een volwaardige kinderkermis in Egmond-Binnen, waarover terechte zorgen leefden.
Komende periode zal daarnaast in het teken staan van de kennismaking met de coalitie en de nieuwe wethouders. Het coalitieakkoord is natuurlijk niet op ieder punt precies zoals ik het voor me zie. Maar er staan ook goede aanknopingspunten in: voorrang voor lokale woningzoekenden, sterkere ondersteuning en betrokkenheid van verenigingen en het gaan voeren van kernenbeleid dat recht doet aan de eigenheid, behoeften en voorzieningen van ieder dorp.
Het is nu aan ons om de nieuwe wethouders goed te voeden met plannen, wensen en signalen uit de dorpen. En het is natuurlijk van groot belang om scherp te controleren of het nieuwe college van burgemeester en wethouders de wensen van de gemeenteraad ook daadwerkelijk uitvoert. Dat zal ik zeer kritisch gaan doen.
Tot slot gaat de bestuurlijke toekomst van onze gemeente mij erg aan het hart. Ergens aan het einde van het jaar (of begin volgend jaar) moeten we besluiten over een eventuele fusie met andere gemeente(n). Voor mij staan de dorpen, hun identiteit en de wensen van onze inwoners centraal. En mocht een fusie uiteindelijk niet doorgaan, dan is een gemeentenaam die recht doet aan alle dorpen én iets makkelijker over de tong rolt, misschien ook nog wel het overwegen waard.
Er is nog een hoop te doen. Ik blijf mij met volle overtuiging inzetten voor sterke, leefbare dorpen waarin onze inwoners centraal staan.





